Interview met Jos Pommer
08 apr 01
"De veelzijdigheid en flexibiliteit zijn zeer sterke punten van dit orkest."
"Eigenlijk wilde ik sinds mijn tienertijd al dirigent van de Luchtmachtkapel worden. Dat klinkt wat gek maar toen ik het Orkest voor het eerst hoorde was ik meteen verkocht. Na mijn conservatoriumstudie UM Harmonie/Fanfaredirectie ben ik amateur orkesten gaan dirigeren. Daarnaast kreeg ik arrangeerlessen van Rogier van Otterloo die mij op het gebied van de lichte muziek enorm veel geleerd heeft. Deze elementen vormen de basis voor mijn huidige werk bij de Kapel.
Vanaf 1994 had ik de eer het werk van mijn voorgangers, die zelf heel vernieuwend waren en waar ik grote waardering voor heb, voort te zetten. Bij mijn komst lagen er al plannen voor een groot project waarmee 50 jaar bevrijding moest worden gevierd: On the Air.
On the Air (1995) is de voorloper van de huidige theatershows. Deze show, die in samenwerking met theatergroep Jeans, is opgezet, gaf een overzicht van muziek van voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Het concept: het Orkest in combinatie met zang en dans, binnen een bepaald thema bleek een groot succes. Met On the Air hebben we in heel veel theaters en sporthallen opgetreden. Voor de organisatie was het nieuw dat veel mensen uit diverse artistieke disciplines meewerkten aan één productie: David Eavis was regisseur en leider van Jeans, Henk Heins deed het vocale deel, verder hadden we mensen voor het decor, kleding, licht en geluid.
Met On the Air hebben we veel mensen bereikt die anders niet zo snel naar een harmonieorkest zouden komen luisteren. We denken zelf dat we een redelijk modern imago hebben maar velen zijn nu nog steeds verbaasd over de kwaliteit van de theaterprogramma’s, het moderne geluid en het eigentijdse repertoire.
Ook bij de gewone concerten zijn we anders gaan programmeren. Het “voor en na de pauze denken” heeft plaats gemaakt voor een totaalprogrammering waarin de afzonderlijke stukken, in al hun verscheidenheid (dus ook klassiek versus licht), toch een onderlinge samenhang vertonen en in hun geheel daardoor een overkoepelend thema omvatten. In de praktijk creëer je zo spanningsbogen die van begin tot pauze en van na de pauze tot het eind doorlopen. Met telkens wisselende programmacommissies ontstaat een grote betrokkenheid van de musici die vanuit hun specifieke achtergrond en voorkeuren met frisse ideeën komen.
Vanaf 1997 zijn we met Sinatra, The Bands, The Music begonnen met een serie theatershows die tot heden doorloopt. Het voortborduren op het succes van On the Air, waar duizenden mensen op afkwamen, bleek tegen te vallen. De vaste theaterbezoeker bleek nog onbekend met het Orkest van de Luchtmacht terwijl de traditionele liefhebber van blaasmuziek gewend was aan een optreden in de lokale sporthal. Het theaterconcept is doorgezet en de shows zijn professioneler geworden, mede door de inzet van Remko Sinck en, later, Matthew Dickens, onze regisseur/choreograaf.
Ik ben er trots op dat ik een bijdrage heb kunnen leveren aan de verdere ontwikkeling van het orkestgeluid. Ik voel me bevoorrecht dat ik mijn specifieke gedachten over orkestreren heb kunnen ontwikkelen door het werken met dit geweldige ensemble. Bovendien werk ik met een team van arrangeurs intensief samen om deze visie t.a.v. klankopbouw en orkestratie in nieuwe stukken gerealiseerd te krijgen.
Inmiddels kan gesproken worden van een goed concept dat steeds vollere zalen genereert en een zeer belangrijke pijler vormt van onze werkzaamheden. Één van de hoogtepunten is de première van Symfo ’99 in Paradiso Amsterdam. Het is toch dat podium waarop de Rolling Stones of Herman Brood hebben gespeeld, waar nu voor het eerst een militair orkest optrad en pretendeerde daar iets voor te stellen. Geheel in de stijl van de symfonische rock van de 70er jaren kwam iedereen, van generaal tot rockfan in spijkerbroek en er ontstond een geweldige sfeer waarin zowel de cast als de orkestmusici zich als helden voelden."