Interview met Ruud Bohmer

Ruud Böhmer
18 apr 01

(dirigent Drumfanfare / tamboer-maître vanaf 1975)


Ik zal zo’n jaar of acht geweest zijn dat ik voor het eerst muziekles kreeg, dit was toen op de schuiftrombone van mijn vader. In een later stadium is dit toch de trompet geworden en werd ik lid van harmonie “Kunst aan het Volk”. Dit orkest speelde destijds in de vaandelafdeling en werd door professionele dirigenten geleid. Daar heb ik veel geleerd. Later werd ik ook lid van drumfanfare Velp-zuid omdat daar veel jonge mensen (meisjes en jongens) in zaten. Daar heb ik mijn huidige vrouw Elly leren kennen.
Ik moest in Dienst en omdat ik goed scoorde in de ‘morsetest’ (dat doen veel muzikanten) moest ik opkomen in Gilze-Rijen. Wat ik niet wist was dat de instructeur van Velp-Zuid (dhr. Van Wakeren, tamboer-maître bij de Landmacht), Dhr J. Eijkhout (tamboer-maître Luchtmacht) en een personeelsfunctionaris een proefspel hadden geregeld voor mij en nog een collega. Doel was in aanmerking te komen voor een functie bij het Tamboerkorps van de Luchtmacht. .Zo ben ik in juni 1974 geplaatst bij het Tamboerkorps van de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht.
Op een gegeven moment werd ik daar Korporaal en daarmee plv. tamboer-maître en later in december 1975, de opvolger van J. Eijkhout die mij op perfecte wijze leerde omgaan met de gebruiken/wensen en normen binnen de Krijgsmacht.
In het dagelijks leven ben ik belast met de leiding van de Drumfanfare, samen met de plv. tamboer-maître Maarten Pijnenborg. We hebben de afspraak gemaakt dat de tamboer-maître de leiding heeft bij optredens waarbij het Orkest en de Drumfanfare gezamenlijk optreden (ceremoniële diensten, taptoes) en de plv. tamboer-maître de zelfstandige optredens verzorgt.

Van tamboerkorps tot drumfanfare

De Drumfanfare is ontstaan uit het Tamboerkorps, toen nog met de natuurtoon bezetting Bes klaroenen – Es trompetten aangevuld met Es/Des trompetten en slagwerk. In onze vrije tijd hadden we ook een blaaskapel met eigen (chromatische) instrumenten. Hiermee speelden we dan op allerlei interne feesten en partijen binnen de Luchtmacht. Van hieruit is later de drumfanfare ontstaan.
Deze omzetting is in een stroomversnelling geraakt vanwege het feit dat we met de genoemde natuurtoonbezetting geen Wilhelmus konden spelen. Het werd oogluikend toegestaan dat we dat op eigen instrumenten, in drumfanfarebezetting, deden. Binnen de Luchtmacht zag men ook wel de grote voordelen. Vanaf die tijd speelden wij bij zelfstandige optredens als drumfanfare en als we samen met het orkest (destijds kapel genoemd) een optreden verzorgden deden we dit als tamboerkorps. Tegenwoordig dekt de titel “tamboer-maître” niet meer geheel de lading. De drumfanfare is een veelzijdig ensemble geworden dat ook concerten verzorgt. Je bent dus ook dirigent en arrangeur.

Hoogtepunten

Als tamboer-maître vond ik de kroning van HM Koningin Beatrix zeer indrukwekkend. Een muzikaal hoogtepunt was het door mij gearrangeerde werk “Bolero Militair” gespeeld tijdens de Nationale Taptoe Breda door de gezamenlijke tamboerkorpsen. Nooit had iets zoveel impact op het publiek. Als componist het moment dat een door mij geschreven mars voor het eerst door, toen nog, de Kapel en het Tamboerkorps, werd gespeeld. Er zijn nog meer hoogtepunten want ik doe mijn werk met plezier.